Als ouder zie je veel aan je kind, heel veel waarschijnlijk. Als je kind autisme, AD(H)D en/of hoogbegaafdheid heeft kan dat gedrag afwijken wat je verwacht op basis van je eigen ervaringen als kind en wat je bij andere kinderen ziet. Hoewel je het gedrag dan goed kent, begrijp je het misschien niet helemaal.
Je interpreteert gedrag altijd vanuit je eigen referentiekader. Als je zoon of dochter bijvoorbeeld autisme heeft en jij hebt dat zelf niet, dan zal je (aanvankelijk) het gedrag vanuit een niet-autistisch perspectief proberen te verklaren. Het gedrag kan je dan als vreemd overkomen en je kunt het verkeerd interpreteren. Als jij zelf ook autisme, AD(H)D en/of hoogbegaafdheid hebt en je hersenen werken op een vergelijkbare manier als die van je kind (wat natuurlijk vaak voorkomt aangezien autisme, AD(H)D en intelligentie in hoge mate erfelijk zijn), dan kan het zijn dat je het gedrag van je kind niet alleen goed kent maar ook intuïtief begrijpt. Dan nog kun je het gedrag verstandelijk misschien niet altijd verklaren.
In beide gevallen is kennis en een goed begrip van autisme, AD(H)D en/of hoogbegaafdheid belangrijk opdat je het gedrag gevoelsmatig begrijpt en verstandelijk kan uitleggen aan je zelf en aan je kind waarom je kind doet zoals hij/zij doet. In de eerste plaats is dit belangrijk voor de opvoeding zelf. Je kunt een kind pas effectief stimuleren, belonen en corrigeren als je het gedrag begrijpt.
In de tweede plaats is een goede kennis van het ‘anders zijn’ belangrijk om de aangereikte hulp en informatie vanuit de zorg en het onderwijs te filteren. Er is veel verouderde kennis over de onderwerpen autisme, AD(H)D en/of hoogbegaafdheid en er zijn nog veel vooroordelen op in internet, in de literatuur en ook onder psychologen, psychiaters, ambulante hulpverleners en leerkrachten. Als goed geïnformeerde ouder kun je je kind helpen bij het navigeren in het aanbod van informatie en hulpverlening.
Ten derde is een goede kennis van het ‘anders zijn’ belangrijk omdat je daarmee je kind kunt helpen een expert te worden van de eigen leer- en ontwikkelbehoeften. In de toekomst kan je kind dan hopelijk bij leraren en werkgevers beter zelf aangeven wat hij/zij nodig heeft.